“Als je in een groot gezin opgroeit, word je verdraagzaamheid groter”, legt ze uit. “Ik ben wel een realist, heel down to earth. Ik heb geleerd veel te incasseren. En trainen is keihard, zowel fysiek als mentaal.” Dat ze zo geworden is, als mens – vertelt ze desgevraagd – maakt het ook mogelijk om beter om te gaan met de plotselinge dood van haar neefje, kort geleden. “Ik wil altijd verder, ik zet graag de tweede stap”.
Voorgeschiedenis
Hoe Jenny trainer is geworden, hangt nauw samen met haar ervaring in bewegingleer. Ze heeft veel ervaring opgedaan met diverse dansstijlen: “Ik heb me gespecialiseerd in zowel jazz, Afrikaanse dans, salsa, merengue, en een beetje klassiek. Daar heb ik mijn eigen stijl uit ontwikkeld. Ik heb vroeger veel gedanst. Maar op een gegeven moment wilde ik niet meer op het podium staan – ik ging liever overdragen dan optreden. Toen is het punt bereikt dat ik liever wil geven, op een andere manier. Als het maar te maken heeft met het bewegen van het lichaam.”
Hiertoe heeft ze haar danservaring verwerkt in een eigen manier van trainingen bieden. Vroeger gaf ze vijftien uur les in de week, nu doet ze het wat rustiger aan. Ze leidt op donderdagavond de conditietraining bij Tijgertje, maandags conditieles (steppen), en ook doet ze het ‘special zwemmen’, voor mensen met specifieke klachten. Bovendien is haar interesse inmiddels uitgebreid naar het organiseren van feesten, zoals bij festivals en grote partys, vertelt ze lachend.
Het is opvallend dat Jenny tijdens de Hiv-training altijd muziek draait op de achtergrond, maar de oefeningen niet op de maat laat uitvoeren. Er hangt een soul-volle sfeer in het zwembad, die doet denken aan de funk uit de seventies. Ze bevestigt dat muziek altijd belangrijk is geweest in alles wat ze doet. “Afrikaanse bewegingen zijn bijvoorbeeld mooi om op jazzmuziek te doen. Dus bij elke dansvorm past een muziekvorm, een eigen stijl.” Maar voor de hiv-training varieert ze haar muziekkeus, zegt ze. Ze draait bijvoorbeeld Fela Kuti of de Caribische r&b-zangeres Shermain. “Het moet muziek zijn die wel aanwezig is, maar niet teveel de aandacht vraagt”, licht ze toe. “Als ik op het ritme zou ingaan, ga ik letten op de telling – vier naar voren, vier naar achteren enzo. In het water moet het echter doorvloeien, ongedwongen zijn. Dit vind ik wel een lekkere aanpak.”
Een speciaal soort groep?
Jenny zorgt er inderdaad voor dat als er bijvoorbeeld in het water zijwaartse bewegingen moeten worden gemaakt met de benen, daar de tijd voor is. Het is immers onmogelijk om met die waterdruk in het ritme te blijven, zeker voor mensen met een wat zwakkere conditie. Vormen de hiv-zwemmers een uitzonderlijke groep voor de trainer?
“Nee hoor”, antwoordt Jenny. “als er niet af en toe een opmerking zou worden gemaakt over seropositiviteit, zou ik er niets van merken. Het is niet ‘een speciaal soort gasten’. In het water verloopt het oefenen wel rustiger: je kunt meer hebben. Maar we hebben allemaal hetzelfde doel: trainen. Ik maak het programma niet bewust lichter of heel anders. Soms sla ik wel eens iets over, zoals bepaalde spierkrachtoefeningen, maar het gaat erom de mensen actief te houden. Daarom maak ik het niet te simpel. Het belangrijkste is dat iedereen meekan. Daar let ik wel op.”
Voor Jenny is er dus geen verschil tussen het trainen van de hiv-groep of anderen. “Voor mij is het even vanzelfsprekend”, benadrukt ze. “Als wat ik vertel maar overkomt en als we er maar plezier bij hebben”.
Trainingstechniek
Er zijn wel verschillen in benadering. Elke les herhaalt Jenny dat ze stretchen essentieel vindt. “Bij deze groep doe ik dat inderdaad meer dan elders”, beaamt ze. “Door stretchen raken de spieren goed doorbloed. Doorbloeding is belangrijk omdat daarmee alle energie goed aankomt. Het ontspant als spieren bekneld zijn – je kunt zo meer op krachten komen – en het voorkomt blessures of herstelt die sneller.”
Haar manier van stretchen, met pompende bewegingen van handen en armen bijvoorbeeld, geeft echter ook het gevoel dat er aan spieropbouw wordt gedaan; je wordt er niet alleen soepeler van. “Dat klopt”, zegt Jenny, “je kunt veel dynamiek in deze oefeningen gooien. Op een ontspannen wijze kun je zo hetzelfde doel bereiken: sterker worden. Het is een veilige, prettiger manier èn je voelt beter wat je aan het doen bent.”
Ook deze techniek heeft ze geleerd in de dans: “Uit eigen ervaring weet ik hoe fijn het is om een vorm uit te voeren die dicht bij je eigen kracht blijft. Ik heb bijvoorbeeld inspiratie opgedaan uit de Afrikaanse dans; ik zag bij welke oefeningen mijn spieren groeiden, zoals wanneer je laag bij de grond blijft staan.
Naast het door de benen zakken legt Jenny veel nadruk op het aanspannen van de buikspieren. “De buikspieren vormen het centrum van het lichaam. Door het oefenen van het aanspannen daarvan, voorkom je blessures. Er zijn twee manieren van aanspannen: wanneer je op je rug zou liggen trek je ze in, met je navel naar je ruggegraat. Bij krachtsinspanning zet je juist de buikspieren uit, om spanning op te bouwen. Omdat we met die spieren tillen, zijn ze zo belangrijk. Ik oefen de buikspieren niet apart, maar laat ze in alle oefeningen terugkomen.”
Altijd vàn je af
In het uurtje trainen in het extra verwarmde zwembad van het revalidatiecentrum aan de Overtoom zit een duidelijke opbouw: eerst stretchen, daarna cardio (het conditionele gedeelte) en ten slotte afbouwen met wederom stretchen. In het middendeel wordt er geoefend met schuimrubber halters of gekleurde reuzenspaghettislierten, en heen en weer gezwommen.
Na de cooling down volgt steevast Jennys advies: “Blaas uit, en gooi alles wat je niet wilt hebben – van je af!” |